Ik heb vorige week mijn vertrouwen in de mensheid teruggevonden. (Niet dat ik het ooit echt kwijt was, maar het klonk wel lekker dramatisch om de maandagmail mee te beginnen.) Mijn herstel begon met een vlamtosti.
Zoals vaker was ik vergeten om boodschappen te doen en vertrok ik dus twee minuten voor etenstijd en onder luid commentaar van mijn buik naar de supermarkt. Daar aangekomen, besloot ik dat ik zin had in een vlamtosti. Géén idee hoe ik daar zo bij kwam, ik eet nooit vlamtosti’s, maar ik had er écht zin in. Niet zomaar ‘hmm, dat zou op zich wel lekker zijn‘, maar een dusdanige craving dat ik alle staande vrieskasten vier keer van boven tot onder, van links naar rechts en weer terug heb gescand én een medewerker heb gezocht om te vragen waar de vlamtosti’s lagen én een tel heb overwogen om dan maar een casinobrood en kaas te halen en zelf een pittig gekruid gehaktmengsel te maken. Dat laatste was natuurlijk nooit een echte optie, want een vlamtosti telt alleen als het uit de vriezer komt en plakkerig en in een perfect vierkantje is.
Ze waren op. Alle vlamtosti’s uitverkocht.
Voor mijn reeds geactiveerde smaakpapillen was dit een heftige teleurstelling.
Maar goed. Elke ‘nee’ brengt mogelijkheid voor een andere ‘ja’ en waar de ene vriezerdeur dichtgaat, gaat een andere open.
Tijdens mijn uitgebreide zoektocht tussen de diepgevroren lekkernijen, was mijn oog namelijk gevallen op een reeks maaltijden van een merk dat ik nog niet kende. Deutsche lasagne en andere gerechten met frische Nudeln. Helemaal onderin het hoekje, dus goedkoper, plakkeriger en zouter ga je het niet krijgen. Mijn Hollandse hart maakt een sprongetje bij deze deal. €2,99 voor een maaltijd die ik niet eens zelf hoef te bereiden?! Ik dacht niet eens meer aan die vlamtosti.
Bij het afrekenen aan de ‘kletskassa’ (dat is een kassa waar je lekker langzaam mag doen en de kassière een praatje met je maakt, vind ik leuk) was de medewerkster al net zo enthousiast als ik. Verrast scande ze het langwerpige bakje. “Huh, waar heb je dit gevonden?! En dit kost maar drie euro? Oh, ik wist niet dat we dit hadden! Dat ziet er lekker uit!”.
Ik kwam thuis, warmde de boel op en voel geen enkele gêne om toe te geven dat dit prima naar binnen ging.
De lasagne was echter pas een voorgerecht voor het échte voorval van optimisme, een week later.
Het begon met hetzelfde riedeltje. “Shit, ik moet nog bedenken wat ik ga koken”, grrrrrrr-grrrrrrr (dat is m’n buik), in de auto, hup naar de Jumbo. Omdat ik volop in een project zat en geen bandbreedte had om aan iets anders te denken, besloot ik: ‘weet je wat, ik mik er gewoon weer zo’n maaltijd in. Ga ik morgen wel weer echte groenten eten‘. Toch een beetje treurig sloot ik met mijn kartonnen bakje aan bij de kletskassa, waar een lange rij stond.
Voor mij staat een mevrouw met een potje maanzaad. Ze is er speciaal voor teruggereden, vertelt ze, want het recept zei twee eetlepels dus het leek best een essentieel ingrediënt. Het stond wel degelijk op het boodschappenlijstje voor haar echtgenoot overigens maar ja, ‘mannen he’, voegt ze er met een knipoog aan toe. Ze vertelt over hoe ze van 60 uur werken in de week naar een pensioen zijn gegaan met volop ruimte voor uitjes en niks. Ze hebben zich nog geen moment verveeld. Behalve haar man de eerste maanden dan, toen kon ze hem wel achter het behang plakken. Maar toen hij eenmaal door had dat hij nu met vrienden kon afspreken en weer hobby’s kon oppakken, was alles top. De kinderen grappen soms dat hun agenda’s zo vol staan met afspraken, dat ze geen tijd voor hen hebben. Vanavond komt de eetclub en zij zijn aan de beurt om te koken. Het wordt Indiase kip. Nadat ze heeft betaald en zij mij een fijne dag en ik haar een fijne avond heb gewenst, is het mijn beurt om mijn trieste bakje diner af te rekenen. Vandaag ben ik voor de spinazie cannelloni gegaan, voor de afwisseling, weet je wel.
Als de kassière mij ziet, begint ze breeduit te lachen. “Hoe was de lasagne?!” Nog voordat ze mijn tweede experiment op de band heeft zien liggen, herkent ze wie ik ben en wat ik vorige week heb gegeten. Ik lach terug en vertel haar dat het aardig goed te eten was en eerlijk gezegd een heerlijke achter-de-hand-hebber voor one of those days. Ze scant het bakje. “Hm, cannelloni, hebben we meerdere varianten?” Ik vertel haar met een gek soort trots dat ze maar liefst vier varianten hebben en precies waar ze deze vondst kan vinden. Ze wenst mij wederom smakelijk eten en een hele mooie dag.
Oke, misschien zit je nu te wachten wanneer precies de clou komt. Wanneer die grote gebeurtenis waaruit blijkt dat het oké zit met de mensheid… Maar dit was het.
Ik weet niet exact waarom, maar bij het verlaten van de supermarkt voelde ik mij hoopvol.
Hoopvol dat het, ondanks alles dat er speelt, in ieders leven en in de wereld, ondanks de verdubbelende benzineprijzen en de oorlogen waar slechts een handjevol mensen behoefte aan heeft, ondanks de toename in het geweld tegen vrouwen, ondanks doorslaande individualisering, ondanks uitstervende diersoorten en afgebrande bossen, misschien wel goed komt met ons.
Menselijke verbinding, luchtigheid, een gezicht en het verhaal erachter herkennen – we bezitten het blijkbaar nog.
En als we geduldig, begripvol en zelfs gezellig kunnen zijn in een veel te lange kassa in de supermarkt? Terwijl we honger hebben?
Dan is er hoop.
Ik wens jou voor deze week veel lichts en fijns. Dat je met iemand aan de praat mag raken over helemaal niks bijzonders en jezelf mag betrappen op een huppeltje of een ongepland stilstaand moment in de zon. Dat waar je je zorgen over maakt, behapbaar mag voelen en waar je plezier aan beleeft, oneindig lang lijkt te duren.
Liefs,
Lola

