Een paar weken terug, toen het hier in één klap herfst werd, zat ik net een perfect getimed weekje in Spanje. Zeven dagen zon, goede gesprekken en een planning waar precies niks op staat – daar maak je mij een nog gelukkiger mens mee.
In de auto op weg van het ene pittoreske dorpje naar het andere prachtige kasteelplein ging het gesprek over je uiterlijk. Over hoe je soms zo gekkig naar jezelf kunt kijken en dat jij dingen aan jezelf lelijk of stom vindt, die anderen helemaal niet registreren. Of die anderen juist mooi vinden, helemaal jou.
We kregen het over benen.
Nu moet je weten: tot een jaar of vier geleden ging ik niet in een korte broek naar buiten. Nooit. Een korte broek was voor binnen. Want stel je voor dat mensen je blote bovenbenen zien – nee, nee, nee. Inmiddels is dit voor mij een absurde gedachte, maar nog niet heel lang geleden was het waarheid: benen boven de knie horen stevig ingepakt.
Totdat het een jaar of vijf geleden 34 graden was. Zo’n fantastisch zweterige zomerdag waarop heel Nederland moppert over hoe benauwd het is en ‘wa is t werrum‘ hier in het zuiden dé gespreksopener is.
Ik liep in een korte spijkerbroek in huis en wilde een stukje gaan wandelen. De denkbeeldige checklist: water pakken, koptelefoon vinden, sleutels meenemen, even lange broek aan doen. ¿Qué?
Om de één of andere reden – misschien, heel misschien, omdat het duizend graden was en ik natuurlijk helemaal geen lange broek aan wilde? – viel het me ineens op hoe vreemd het was dat ik naar buiten ging om langs de waterkant verfrissing te zoeken en daarvoor meer kleren aan ging doen.
En daar kwam ie, de levensveranderende gedachte:
Dat ga ik toch zeker niet de rest van m’n leven doen?
Ik ga toch zeker niet de rest van m’n leven een lange broek aan doen als het warm is omdat ik ergens bedacht of besloten of geleerd heb dat mijn benen-boven-knie lelijk zijn of niet gezien mogen worden?
Vet ongemakkelijk, mega zelfbewust en toch vol overtuiging ben ik in korte broek de straat op gegaan en naar het water gewandeld. Wat denk je? Dat boeit natuurlijk niemand. Het enige wat voorbijgangers zeiden was: ‘wa is ’t werrum he?‘.
Sindsdien gebruik ik deze vraag vaker: ‘dit ga ik toch zeker niet de rest van mijn leven zo doen’? Dingen die tot dat moment gewoon lijken, voelen ineens zwaar. Die zwaarte is je urgentie tot verandering. Probeer ‘m maar eens, hij is multi-inzetbaar: ik ga toch zeker niet de rest van mijn leven mijn mening voor me houden? Ik ga toch zeker niet de rest van m’n leven mijn agenda volplempen? Ik ga toch zeker niet de rest van m’n leven mijn emoties wegstoppen? Etc. Misschien geeft ie je nét dat zetje om een verandering op gang te brengen.
Een laatste gedachte voor deze week:
Vliegen met een knie die nog niet ver kan buigen is niet per se een aanrader. Een week doorbrengen met mooie mensen, in de zon en zonder verplichtingen? Dat is dan wel weer goed voor de ziel. Soms moet je even door het ongemak om het geluk te kunnen ontvangen ❤️
En met die wijze woorden sluit ik af en wens ik je zeven magische, ongedwongen dagen,
Muchos besos,
Liefs,
Lola

