De visser en de tonijn

“Wat voor dag is het eigenlijk vandaag…?”
 
De visser kijkt nadenkend. Zijn gezicht heeft dezelfde diepbruine kleur als het decolleté van van die vrouwen met lang, golvend, blond haar die de hele zomer op het terras witte wijn zitten te drinken. Een playaborst noemen wij dat. Zo’n tan die je alleen krijgt van daadwerkelijk héél de dag in de zon te zijn. Dat de huid er rimpelig van wordt. Om zijn gebruinde nek zit een sjaal die hij af en toe omhoog trekt tegen de snijdende wind. Het kleine bootje vliegt met een rotvaart over de golven.
 
Het open water rondom Curaçao is uitermate geschikt om te diepzeevissen. Niet per se mijn hobby, maar mijn vader geniet ervan en heeft voorgesteld om samen dit ochtenduitje te ondernemen. Tegen een ochtend op een boot op het water zeg ik sowieso nooit nee, dus we zijn vanochtend vroeg opgepikt door visser Rob.
 
Rob blijkt een diesel. Hij moet even rustig op gang komen, maar wanneer hij eenmaal op dreef is, houdt hij niet meer op. Hij praat en hij praat en hij praat over… vissen. Aan één stuk door.
 
“Mag ik nog één anekdote vertellen? Daarna hou ik op hoor!”
 
Hij vertelt over tonijn. Hoe ze leven, hoe ze bewegen, hoe ze jagen en hoe je op ze kunt jagen. Hij wijst op vliegende vissen en legt uit hoe je wahoo, barracuda en marlin vangt. Hij vertelt ook over vogels, maar dan alleen in relatie tot vissen: je kunt ze volgen ter indicatie van waar je hengel uit te werpen. Over hengels gesproken: hij leert ons over alle verschillende hengels aan boord. Wat wel en niet te doen als je beet hebt. Hoeveel vis hij soms wel niet vangt en wat een werk het is om ze binnen te halen. Hij vertelt over luie toeristen die vier uur lang toekijken terwijl hij zich in z’n eentje het zweet in werkt om een grote bijter binnen te halen. Over de fanatieke daggasten die ondanks zijn herhaalde en nadrukkelijke instructie OM TE BLIJVEN ZITTEN tóch zijn gaan staan en bijna overboord gingen. Hij vertelt over de onderlinge cultuur met de andere vissers en de rustige ochtenden alleen op het water.
 
Na een succesvolle, intensieve carrière waarin hij de hele wereld over vloog, is hij na zijn vervroegd pensioen hier neergestreken. Nu vist hij. Elke dag. En als hij niet vist, doet hij onderzoek naar vissen en vistechnieken. Hij weet niet meer welke dag van de week we leven, maar wel ter hoogte van welke baai we het beste welk aas kunnen uitgooien.
 
Ik hou hier wel zo hard van.
 
Vissen is niet mijn hobby en tóch wil ik het boek dat visser Rob aan het schrijven is over vissen, lezen. Dat is vet hé? Dat iemand zó volledig en intens zijn passie omarmt, dat je er zelf een beetje blij van wordt.
 
Volgens mijn bescheiden levensobservaties verloopt enthousiasme ongeveer in een U-vorm. Als kind zit je helemaal hoog. Kun je uuuuren over paarden of Labubu praten zonder dat het jou verveelt en zonder je ook maar één seconde af te vragen of de ander het nog boeiend vindt. Dan worden we ouder en – sorry maar dit is gewoon waar – meestal echt een stuk saaier. Het enthousiasme daalt tot een dieptepunt waarop je blij wordt van een goeie parkeerplek of een perfect passend opbergdoosje van de Action. Gelukkig komt er meestal een moment waarop je weer omhoog krabbelt. Daarom vind ik oudere mensen zo cool: die maken vaak weer een slinger opwaarts qua levenslust. Niet allemaal trouwens – misschien heeft het U-model een aftakking voor de ouwe graftakken. 
 
Goed, slaat nergens op dit model natuurlijk, maar de algemene gedachte volgens mij wel: we komen enthousiast ter wereld. Daarna worden we langzaam muffer. En – want dit is uiteraard en als altijd een heel positieve, optimistische maandagmail – dat anticlimaxeffect van volwassen worden is omkeerbaar. Je kunt op welke leeftijd dan ook besluiten: ik leg mij toe op de tonijn.
 
Of de vogels. Het breien. Binnenhuisarchitectuur. Vleesetende planten. Het oude Egypte. Modeltreinbanen. Skaten. Desembrood met je eigen starter. Middeleeuwse boekbinderij. Geperfectioneerde affogato met zelfgemaakt vanille-ijs.
 
Mocht je nou merken dat je een beetje aan het verwelken bent en richting de onderkant van die enthousiasme-U gaat, zou ik zeggen: pak het allereerste greintje nieuwsgierigheid dat je voelt vast en besluit: dit vind ik interessant, hier wil ik alles van weten en hier ga ik lekker, ongegeneerd en oneindig grenzeloos, mijn omgeving mee lastig vallen.
 
Wat is jouw tonijn?
 
Voluit leven, één, twee, drie… let’s go.
 
Ik wens je een machtigmooie week. Ik hoop dat je ergens zo’n middag hebt waarop je precies niks hoeft, dat er echt iets superlekkers in de 25% korting bak in de supermarkt ligt en eventuele vastzittende tranen er eindelijk uitkomen.

Tot de volgende!
 
Liefs,
Lola
93 dagen nazomer
93 dagen nazomer

Mijn lievelingsseizoen is begonnen. God, wat houd ik van de nazomer. Met haar onverwachte warmte en ongekende storm, nooit weten Read more

Een leeg LEGOland
Een leeg LEGOland

Lang, lang geleden won ik een dikke prijs: een geheel verzorgde trip naar Denemarken. Korte recap voor als je het Read more

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *